Nieuws

Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk

23-05-2019 "Werk is belangrijk voor mensen. Het biedt mensen meer dan alléén inkomen; het biedt kansen op zelfontplooiing, geeft mensen eigenwaarde en zorgt voor sociale contacten. We hebben iedereen nodig. Hoewel er gelukkig steeds meer mensen met een beperking een baan vinden, staan er ook nu nog veel te veel mensen aan de kant. Dat is economisch onverstandig en ook moreel onacceptabel. Daarom is samen met gemeenten, werkgevers en cliënten gewerkt aan een reeks maatregelen om nog meer mensen met een arbeidsbeperking de mogelijkheid te bieden volwaardig mee te doen. Dit is een belangrijke stap op weg naar een inclusieve arbeidsmarkt."

Staatssecretaris Tamara van Ark

Krachtige impuls banen voor mensen met een arbeidsbeperking bij de overheid

11-04-2019 Bij ministeries, gemeenten, provincies, waterschappen en scholen moeten meer banen komen voor mensen met een arbeidsbeperking, zowel voor laagopgeleiden als voor hoger opgeleiden. Vandaag hebben minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken & Werkgelegenheid) een bestuursakkoord afgesloten met alle overheidssectoren, om een krachtige impuls te geven aan hun aandeel in de 125.000 extra banen.

Van Ark: “Ook de overheid staat aan de lat en moet aan de bak. Mensen met een beperking moeten ook hier een kans krijgen. Er moet nog een flinke inhaalslag gemaakt worden door deze sector, zodat die 125.000 extra banen er daadwerkelijk komen. Banen voor mensen met een arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers in de markt én bij de overheid”.

In het Sociaal Akkoord van 2013 is afgesproken dat werkgevers (markt en overheid) 125.000 extra banen realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. De overheids- en onderwijswerkgevers nemen daarin de verantwoordelijkheid voor hun aandeel. Met het ondertekenen van dit bestuursakkoord laten zij zien dat zij nog altijd voor die afspraak staan en dat zij alles op alles gaan zetten om hun aandeel te realiseren.

Ollongren: "Ik ben blij dat de overheids- en onderwijssectoren nu met elkaar afspraken hebben gemaakt om een flinke impuls te geven aan de banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Het is vanzelfsprekend dat de overheid kansen biedt voor deze mensen met een arbeidsbeperking. Wij zouden onszelf tekort doen als we niet hun talenten inzetten."

In het bestuursakkoord van vandaag is afgesproken dat er op 1 juni 2019 een werkagenda komt. Hierin komen acties die de overheids- en onderwijssectoren zelfstandig, of in samenwerking met anderen, ondernemen voor het realiseren van banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze acties zijn inclusief bijbehorende planning en baanprognose.
De werkagenda’s en resultaten worden uiteindelijk op sectorniveau gerapporteerd, besproken en onderling gedeeld. Overheidsorganisaties spreken elkaar aan op inspanningen en de realisatie ervan. Vervolgens rapporteren en publiceren de sectoren over de inspanningen van de werkgevers in hun sector. Het ministerie van BZK monitort deze voortgang en informeert jaarlijks de Tweede Kamer.

Naast het bestuursakkoord heeft het ministerie van BZK een Kennisalliantie ingesteld, een centraal punt waar informatie wordt verzameld en waar overheidswerkgevers informatie kunnen krijgen over de banenafspraak. Een ander initiatief van het ministerie van SZW en het ministerie van OCW, samen met de PO-Raad en de VO- raad, is het project Baanbrekers dat zich richt op meer instroom van mensen uit de doelgroep banenafspraak om aan de slag te gaan op ondersteunende functies in het primair en voortgezet onderwijs.

Kabinet vraagt hulp uitwerken webmodule voor ZZP-ers

5-4-2019

Het kabinet roept de hulp in van opdrachtgevers bij het verder uitwerken van de webmodule die wordt ontwikkeld als onderdeel van de nieuwe zzp-maatregelen. Vanaf vandaag ontvangen opdrachtgevers een oproep om hun praktijkervaringen te delen zodat de webmodule in de toekomst zo goed mogelijk werkt.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), staatssecretaris Snel van Financiën en staatssecretaris Keizer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zijn hard bezig nieuwe wetgeving voor het zelfstandig ondernemerschap uit te werken. Voor de zomer komt daar een volgende voortgangsbrief over.

De webmodule wordt een belangrijk hulpmiddel voor opdrachtgevers. Dit is een online vragenlijst waarmee opdrachtgevers duidelijkheid kunnen krijgen over de vraag of een opdracht buiten dienstbetrekking mag worden uitgevoerd. Als dat het geval is, wordt een opdrachtgeversverklaring afgegeven. Opdrachtgevers hebben dan de zekerheid dat ze geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd.

De inzet is dat de vragenlijst uit de webmodule met zo min mogelijk vragen zo effectief mogelijk werkt. Informatie uit de huidige praktijk is bij het ontwikkelen zeer welkom. Daarom ontvangen duizend opdrachtgevers vandaag een vragenlijst. Nadat deze vragenlijsten zijn verwerkt zal een kortere vragenlijst worden ontwikkeld. Deze vragenlijst zal vervolgens getest worden om vast te stellen wat de foutmarge is en in hoeveel gevallen geen opdrachtgeversverklaring kan worden afgegeven.

Aan de uitkomst van het invullen van de vragenlijst uit het onderzoek kunnen nog geen conclusies worden getrokken over de arbeidsrelatie omdat de webmodule nog in ontwikkeling is.

Verdere voortgang wetgeving zelfstandig ondernemerschap

Het kabinet boekt verdere voortgang met de uitwerking van de nieuwe wetgeving voor zelfstandig ondernemers en opdrachtgevers. Zo ligt de uitwerking van de opdrachtgeversverklaring op schema. De webmodule is eind volgend jaar gereed. Per 1 januari 2019 wordt het criterium ‘gezag’ uit het arbeidsrecht verduidelijkt, een criterium dat een belangrijke rol speelt bij de vaststelling of iemand een dienstverband heeft.

 

De maatregelen ter bescherming van ondernemers van de onderkant en ruimte voor ondernemers aan de bovenkant vragen op onderdelen verdere verkenning. Deze maatregelen lopen daarom een jaar vertraging op. Dat schrijven minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Snel van Financiën, mede namens staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat, in de Tweede voortgangsbrief aan de Tweede Kamer.
Zelfstandigen zonder personeel (zzp) hebben een belangrijke positie op onze arbeidsmarkt. Veel opdrachtnemers hebben er welbewust voor gekozen om als zelfstandige aan de slag te gaan en leveren zo een belangrijke bijdrage aan de samenleving en de economie. Maar de sterke groei van het aantal mensen dat als zelfstandige aan de slag gaat, heeft ook een andere kant. Er is een groeiende groep schijnzelfstandigen en kwetsbare zelfstandigen ontstaan waar het kabinet zich zorgen over maakt. Tegelijkertijd vinden veel zelfstandigen en hun opdrachtgevers de huidige regelgeving onduidelijk of onnodig ingewikkeld.

 

Het kabinet werkt daarom samen met wetenschappers en veldpartijen aan de best passende uitwerking van de maatregelen uit het regeerakkoord over zzp’ers. Zo zijn er de afgelopen tijd verdere stappen gezet bij de uitwerking van de opdrachtgeversverklaring. Er is een vragenlijst opgesteld die opdrachtgevers straks kunnen invullen om zo duidelijkheid te krijgen of er sprake is van werken buiten dienstbetrekking. Zo ja, dan hoeven er geen loonheffing en werknemerspremies worden betaald. De komende periode wordt deze vragenlijst samen met veldpartijen uitgewerkt.

 

Ook het verduidelijken van het gezagscriterium ligt op schema. Dit is een belangrijk criterium bij het vaststellen of iemand een dienstbetrekking heeft. Uiterlijk 1 januari 2019 wordt hierover een bijlage toegevoegd aan het Handboek Loonheffingen. Deze bijlage is toegevoegd bij deze Kamerbrief.

 

De wetgeving rond de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking is technisch en juridisch uiterst complex. Dit blijkt met name bij de uitwerking van de maatregelen ter bescherming van de zppers met de laagste tarieven en ruimte voor zzpers met de hoogste tarieven. Zo is de maatregel voor de onderkant waarschijnlijk niet in te passen in het Europees recht. Bij de verdere verkenning worden daarom ook alternatieven meegenomen waarvan de inschatting is dat deze in overeenstemming zijn met het Europees recht. Het kabinet kijkt daarbij onder andere naar de uitwerking van een minimumtarief. Deze variant sluit aan bij de doelen uit het regeerakkoord om kwetsbare zelfstandigen te beschermen en concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Hierdoor zal het niet langer mogelijk zijn om zelfstandigen tegen een te laag tarief in te huren.

Kabinet stelt wet DBA uit tot 2020

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA): een van de ‘zorgenkindjes’ van het huidige kabinet. Zo heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs aangegeven dat het kabinet de vervanger van de DBA pas per 1 januari 2020 van kracht wil laten gaan.

De Wet DBA was in mei 2016 de opvolger van de Verklaring arbeidsrelatie. De Wet DBA bleek al snel een van de ‘zorgenkindjes’, die voor veel reuring zorgde. De Belastingdienst gaf daarom aan om de wet niet te handhaven tot juli 2018.

Het regeerakkoord 2017 gooide echter roet in het eten. Daarin is opgenomen dat de Wet DBA wordt vervangen door een nieuwe wet. De opvolger van deze wet moet zzp’ers, en de partijen die met hen in zee gaan, garanderen dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarnaast moet schijnzelfstandigheid worden tegengehouden.

Voor de vervanger van de Wet DBA zijn in het huidige regeerakkoord al de nodige nieuwe plannen aangekondigd. Binnenkort overlegt het kabinet hierover met de sociale partners en veldpartijen.